Donderdag 15 oktober

Rechtvaardig Verdichten | ARO 2026

Arnhem en Nijmegen willen rechtvaardige en inclusieve steden zijn. Tegelijkertijd drukt een enorme bouwopgave op beide steden, waarbij er in hoog tempo woningen bijgebouwd moeten worden. Dat biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Hoe kun je ervoor zorgen dat de woningbouwopgave mensen niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk nader tot elkaar brengt? En welke rol kunnen ontwerpend onderzoek en verbeeldingskracht innemen om die toekomst vorm te geven? We bespraken het met architecten Violette Schönberger en Tim Peeters (Falsework). 

Rechtvaardig verdichten
ARO 2026 | 15.10.2026 | terugblik door Willem Claassen

Arnhem en Nijmegen willen rechtvaardige en inclusieve steden zijn. Tegelijkertijd drukt een enorme bouwopgave op beide steden, waarbij er in hoog tempo woningen bijgebouwd moeten worden. Hoe zorg je ervoor dat dit mensen niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk nader tot elkaar brengt? En welke rol kunnen ontwerpend onderzoek en verbeeldingskracht innemen om die toekomst vorm te geven? In NiCo in Arnhem werd over rechtvaardig verdichten gesproken met architect Tim Peeters (Falsework) en wethouders Stedelijke Ontwikkeling Quirijn Lokker (gemeente Nijmegen) en Maarten van den Bos (gemeente Arnhem).

Het programma werd afgetrapt met een korte video over wat ontwerpend onderzoek is. ‘Je kunt de toekomst ermee voorstelbaar maken, zodat er een gesprek over gevoerd kan worden’, zei een van de sprekers in het filmpje. Meteen daarna was het woord aan architect Tim Peeters (Falsework). Hij werkte mee aan het Werkboek Zorgzame Leefomgevingwaarin twaalf ontwerpende onderzoeken worden besproken. De buurt moet meer centraal staan, betoogde Peeters. ‘Als burger ervaar je de buurt het meest.’  

Stapelbed, participatie en tekeningen
In zijn presentatie lichtte hij drie onderzoeken uit. Zo werd met ‘De Wachtkamer’ een stapelbed ontwikkeld voor in asielopvangcentra. ‘Daarmee wordt op kleine schaal het leven van deze mensen op korte termijn verbeterd’, zei Peeters. ‘Tegelijkertijd maakt het stapelbed de problematiek goed zichtbaar.’  

In een wijk in Kerkrade zette een team met een antropologische achtergrond een participatieproject op. ‘Ze kregen mensen aan tafel die je normaal niet aan tafel krijgt. Het bleek dat kleine ontmoetingen al veel kunnen betekenen voor een zorgzame leefomgeving. Alleen al een bankje en een struik nodigen uit om een ongedwongen praatje met elkaar te maken.’ 

In ‘Een ontdekkingsreis naar Nieuw Zeeland’ ging het over de grote klimaatimpact en de angst om daar met de Zeeuwse bewoners over te spreken. Peeters: ‘Het team bedacht een plan waarin radicale verandering volledig wordt omarmd. Ze maakten tekeningen en gingen daarmee naar mensen toe.’ De vrees voor grote weerstand bleek onterecht. ‘Bewoners gingen een proces door van angst, naar bewustzijn en uiteindelijk richting hoop en plezier. Als je tekent, kun je jezelf uit de put tekenen.’ 

Vier observaties
Het werkboek leidde bij de architect tot vier observaties die hij wilde meegeven aan beleidsmakers. ‘Als eerste: vind ergens iets van. Het is belangrijk om een visie te hebben. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Je moet eraan werken.’ 

Zijn tweede punt: veel mensen betrekken. ‘Doe dat op een grappige manier.’ Hij noemde het voorbeeld van kinderen die mochten tekenen en zo betrokken raakten bij het ontwerp van hun buurt. Een ander voorbeeld was een project in Noord-Groningen. Dat startte niet bij mensen, maar bij een landschappelijk figuur. Op een kaart was een oude rivier die niet meer stroomt goud gekleurd. 

De derde observatie: borg een vervolg. ‘Bij een goed project zie je vaak dat het in een la verdwijnt als het budget op is. Hoe kun je daar meer mee doen?’ Vaak ligt de sleutel bij specifieke personen, vertelde Peeters, zogenoemde ‘projectduwers’. 

Tot slot stelde de architect dat vorm telt. ‘Een boekje is leuk, maar het helpt als een eindproduct goed wordt gepresenteerd. Het stapelbed voor de asielopvang werd bijvoorbeeld ook gepresenteerd op de Dutch Design Week en bereikte zo een heel ander publiek.’  

Kansenkaart
Peeters ging nog in op een eigen onderzoek in Horst aan de Maas. Zijn bureau deed een studie naar een wijk in dit dorp, waar een kansenkaart uit voortkwam. De kaart verbindt abstracte ontwikkelstrategieën met concrete ingrepen. ‘Ik geloof heilig in het verhaal van de buurt’, zei Peeters. ‘Het raakt aan de woningen, de gemeenschap en de voorzieningen.’  

Rechtvaardigheid en participatie
Na de presentatie spraken de wethouders Stedelijke Ontwikkeling van Arnhem en Nijmegen over rechtvaardig verdichten. Het thema staat bij beide gemeenten hoog op de agenda. Maarten van den Bos (Arnhem) had het over de grote kloof tussen rijk en arm in zijn stad. ‘Het gaat erom hoe we zorgen dat de stad bij elkaar blijft.’ Quirijn Lokker (Nijmegen) vertelde dat er in zijn stad lang is gesproken over wel of niet groeien. ‘Maar dat hou je niet tegen. Nu moet de groei rechtvaardigheid gaan faciliteren.’ Dat kan volgens hem door concrete richtlijnen rondom betaalbaarheid. ‘Elk nieuw project, groot of klein, is verdeeld in betaalbaar, midden en duur.’ 

Ook ging het over participatie. Gemeenten zijn vaak terughoudend en in buurten is soms sprake van participatiemoeheid, bracht Peeters in. Van den Bos vindt inspraak erg belangrijk, vertelde hij. ‘Een rechtvaardige wijk maak je niet zonder de mens.’ Lokker: ‘Vaak wordt participatie als een belangenstrijd gezien, maar het moet gaan over: wat wil je zelf als burger. Daar hoeft een beleidsmaker niet bang voor te zijn.’  

Meerwaarde van ontwerpend onderzoek
De wethouders zien de meerwaarde van ontwerpend onderzoek. ‘Het helpt om kaarten te zien, het biedt mogelijkheden’, zei Lokker. ‘Ook is het inspirerend om door een gebied te fietsen.’ Van den Bos sloot zich daarbij aan. De steden doen zelf ook aan ontwerpend onderzoek: in Nijmegen voor de wijken langs het kanaal en in Arnhem voor Malburgen. Van den Bos miste nog wel iets in het verhaal van Peeters. ‘De buurt is voor mensen iets van henzelf. Je moet ze ook vragen: wat mag er nooit veranderen? Een constructief conservatisme.’  

Reacties uit de zaal
Bezoekers in de zaal, veelal architecten en beleidsmakers, kregen de mogelijkheid om te reageren. Een van hen benadrukte dat het belangrijk is om op een goede manier op het schaalniveau van de stad met bewoners te praten. ‘Vraag in wat voor stad ze willen wonen. Hebben ze liever een auto of een park voor de deur?’ 

Bij alles wat ter sprake was gekomen, werd nog het een en ander gemist. Zo wilde een bezoeker aandacht voor de al bestaande stad. ‘Het goed onderhouden is een grote uitdaging.’ Een ander wenste ontwerpend onderzoek naar andere woonvormen en andere manieren van samenleven. ‘Nu blijft het klein en gaat het vaak over parkeren of huizen die net groot genoeg zijn.’ Weer een andere bezoeker pleitte voor spelend ontwerpen. ‘Op die manier kunnen mensen ervaren hoe het is om bijvoorbeeld te wonen zonder een auto in de straat. Dan zie je het niet alleen op papier, maar wordt het reëel.’ 

Rechtvaardig verdichten leverde ook scepsis op. Een bezoeker vreesde dat armere bewoners naar buiten worden gedrukt en rijke bewoners de mooiste plekken krijgen. Lokker reageerde hierop: ‘Als de grondprijs hoog is, betekent dit niet per se dat er rijke mensen komen wonen.’ 

Bereikbaarheid 
Lokker ging verder in op verdichting en vertelde dat Nijmegen vooral stadsontwikkeling zoekt rondom ov-hubs, om de stad autoluw te maken. ‘Daar liggen veel mogelijkheden. Het probleem zit bij plekken die minder goed bereikbaar zijn met het ov.’ Van den Bos wilde oog houden voor mensen die een auto voor de deur nodig hebben. ‘Als mensen een auto voor de deur willen, moet je vragen: waarom dan? Als een baan om andere mobiliteit vraagt, moet je daarnaar kijken.’ 

Harde afspraken
Een bezoeker merkte op dat sociaal ontwerpen een grote uitdaging kent. ‘Slimme sociale verbindingen zijn vaak moeilijk vast te houden in het proces, vanwege de financiële kant. Ik doe een oproep aan gemeenten om daarover mee te denken.’ Van den Bos beaamde dit. ‘Ruimte en groen in de buurt zijn vaak het kind van de rekening. Je moet daar in het begin van het proces harde afspraken over maken.’   

Op het einde volgde nog een nabrander van een van de bezoekers: ‘Zorg dat burgers niet pas in fase 3 meepraten, maar begin ermee. Niet met een voorstel komen, eerst praten met de buurt.’ 

Deze activiteit kwam tot stand als onderdeel van een samenwerking tussen de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2026-2028 (ARO) en Stichting Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven (CoLA). Als onderdeel van deze samenwerking organiseren verschillende Nederlandse architectuurcentra publieksbijeenkomsten over de rol van ontwerpend onderzoek bij lokale en regionale opgaven. Voor meer informatie: stichtingcola.nl/activiteiten/aro

ARO Midden-Oost 2026

De architectuurcentra van Gelderland, Overijssel en Utrecht (ACN, ACT, Bouwhuis, CASA, Rondeel, ZAP, Fasade en Aorta) richten zich in het kader van ARO 2026 op de sociale opgaven die stedelijke verdichting met zich meebrengt. Want meer mensen op elkaar betekent paradoxaal genoeg toch vaak minder onderling contact. Hoe kunnen we vormgeven aan het samenleven in onze overvolle stedelijke habitat – zowel in hofjes als in hoogbouw? Wat zijn de uitdagingen en waar liggen de kansen? Bekijk het volledige programma van ARO Midden-Oost op de website van Stichting CoLA.   

Deze activiteit is tot stand gekomen als onderdeel van een samenwerking tussen de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2026-2028 (ARO) en Stichting Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven (CoLA). Als onderdeel van deze samenwerking organiseren verschillende Nederlandse architectuurcentra publieksbijeenkomsten over de rol van ontwerpend onderzoek bij lokale en regionale opgaven. Voor meer informatie: stichtingcola.nl/activiteiten/aro

Datum
donderdag 15 oktober
Aanvang
20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur
Locatie
NiCo, Coehoornstraat 17 (nabij Arnhem CS)
Entree
Gratis
Aanmelden
rsvp@casa-arnhem.nl