Terugblik

(2)026: A Space Odyssey #3 | Space Invaders

Op dinsdag 12 mei verkenden we in het kader van het CASA-jaarthema (2)026: A Space Odyssey de fysieke claims van de digitale revolutie. Datacenters en vooral de energie-infrastructuur daarachter vormen een enorme ruimtelijke opgave. Hoe geven we deze hardware een waardevolle(re) plek in ons (stads)landschap? Inleider was stedenbouwkundige Laura de Bonth van Urban Synergy.

Foto’s | Rachelle Stoffels Fotografie

Anno 1998. Documentairemaker Frans Bromet vraagt aan mensen op straat of ze een mobiele telefoon hebben. Het merendeel ziet er het nut niet van in. Inmiddels zijn de telefooncel en de praatpaal geruisloos uit het straatbeeld verdwenen. Iedereen altijd draadloos verbonden zolang er maar dekking is. Ons ‘lichte’ mobiele bestaan van appen en streamen houdt ons aan het lijntje en verhult de enorme fysieke ruimteclaims aan gene zijde van de router. De digitale revolutie draait op datacenters en zendmasten. Die draaien op hun beurt weer op elektriciteit en daarvan is steeds meer nodig. De opkomst van AI anno nu versterkt deze ontwikkeling alleen maar. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de ruimtelijke inrichting van onze gebouwde omgeving? Tijdens deze meet-up, die aansluit op de Arnhem Electricity Week, bracht stedenbouwkundige Laura de Bonth (Urban Synergy) de ruimtelijke opgave van de energie(transitie) voor ons in kaart en maakte deze inzichtelijk vanuit verschillende perspectieven. Daarna richtten we ons op de architectonische vormgeving van de fysieke infrastructuur met architect Arno Geesink (KRAFT architecten). Arnhem promoot zichzelf als energiestad, kunnen we hierin niet (weer) het goede voorbeeld geven? Van infrastructuur naar architectuur! De avond werd traditie getrouw afgesloten door onze huisdichter Jesse Laport.

Geheel in de geest van het jaarthema hebben we AI een verslag laten schrijven over dit event. 

Stroom door de stad

Terugblik meet-up | Energie, ruimte en de infrastructuur van morgen


De stad heeft altijd ruis gemaakt. Het stampen van molens langs de Jansbeek, het sissen van stoomketels bij de brouwerij, het diepe bonzen van de gasfabriek achter het Roermonsplein. Energie was lawaai, geur, rook — iets wat je zag en voelde. Tot het gas uit Slochteren door de leidingen begon te stromen en de horizon schoonveegde. Wat we wonnen aan comfort, verloren we aan begrip.

Die spanning — tussen zichtbaar en onzichtbaar, dichtbij en ver weg, techniek en leefwereld — stond centraal tijdens deze avond van CASA. Met twee sprekers die de opgave vanuit twee totaal verschillende invalshoeken belichtten, maar uiteindelijk bij dezelfde kern uitkwamen: de energietransitie is niet alleen een technisch vraagstuk. Het is een ruimtelijk, sociaal en architectonisch vraagstuk.


De ruimtelijke puzzel

Laura de Bonth (bureau Urban Synergy) opende met een ontnuchterende blik op wat er op ons afkomt. De overgang van fossiele naar hernieuwbare energie is niet alleen een kwestie van andere brandstoffen — het is een fundamentele herschikking van hoe energie zichtbaar wordt in het landschap.

Wind- en zonneparken, onderstations, hoogspanningsleidingen, warmtenetten, opslagfaciliteiten: Netbeheer Nederland becijferde dat er tot 2050 ruim 58 vierkante kilometer nodig is voor stations en leidingen alleen. Ter vergelijking: dat is het hele Nationaal Park de Hoge Veluwe. En dat terwijl we ook ruimte nodig hebben voor woningbouw, natuur en water.

Netcongestie is het nieuwe toverwoord. Twee jaar geleden kende bijna niemand het. Nu staat het dagelijks in de krant. In Utrecht zijn wijken waar huishoudens inmiddels niet meer kunnen worden aangesloten. In Gelderland kleurt de kaart rood.

Laura onderscheidde drie grote ruimtelijke opgaven:

1. Inpassen of aanpassen? Kleine substations (tot drie hectare) passen we al jaren in. We kennen de regels, de instrumenten, de handgrepen. Maar de grote 380kV-stations? Die hebben een maat en schaal waarvoor ons landschap simpelweg niet is ingericht. Dat vraagt om gebiedsontwikkeling, niet om inpassing. Samen met bureau Bright werkte Urban Synergy aan stationsconcepten — van het landschappelijke casco (energie ingebed in een ecologisch raamwerk) tot het landgoed-model (verstoppen in een recreatief geheel) en het eiland (juist omarmen als baken in het landschap, als een moderne versie van de forten in de Stelling van Amsterdam). De conclusie: dit kan de netbeheerder niet alleen. Overheden en beheerders moeten gezamenlijk optrekken, en die koppelkansen — natuur, water, recreatie — moeten nú al worden vastgelegd, want straks is de ruimte weg.

2. De balanswijk Wat doe je als je een nieuwe wijk wilt bouwen in een gebied met netcongestie? Laura nam ons mee langs drie versies van de zogeheten balanswijk: een wijk die vrijwel zelfvoorzienend is in energie. De eerste versie leidde tot een plan dat niemand blij maakte — bijna evenveel ruimte voor batterijen als voor woningen. De tweede ronde leverde drie heel verschillende uitkomsten op, elk met een eigen stedenbouwkundige logica:

  • Een warmtewijk rondom geothermie: compact, hoge dichtheid in de as, warmtecascadering van hoog naar laag. Warmteopslag bleek hier veel vriendelijker dan elektrische opslag — je kunt er een klimmuur tegenaan zetten, of een restaurant bovenop.
  • Een individueel elektrische wijk: elk huis als eigen systeem, passief gebouwd, zonnepanelen op dak én gevel. Maar: als jouw buurman een boom plant, werkt jouw passief huis minder goed. Vrijheid vraagt om nieuwe vormen van nabuurschap.
  • Een collectief elektrische wijk: gedeelde warmte-koude opslag, aquathermie, en de ontdekking dat energie delen ook iets doet met hoe je woont. En: de schaatsbaan in de zomer, omdat je dan juist een overschot aan stroom hebt.

Het passief bouwen bleek in alle varianten de grootste winst op te leveren. Minder vraag is altijd beter dan meer aanbod.

3. De bestaande stad De nieuwbouwwijk is het makkelijke deel. De echte opgave zit in de bestaande wijken. En ook daar geldt: wie geen keuze maakt, wentelt zijn probleem af op het buitengebied. Elke vijf wijken die niet kiest, kost één hele wijk aan ruimte elders. Warmte (als het beschikbaar is) blijkt ruimtelijk gezien de meest efficiënte optie. Slim laden, goede isolatie en slimme positionering van infrastructuur in straatprofielen kunnen het verschil maken tussen een wijk die leefbaar blijft en een die bezwijkt onder haar eigen kabels en leidingen.


De architectuur van de energie

Waar Laura sprak in vierkante kilometers en systeemkeuzes, bracht Arno Geesink (Kraft Architecten, Arnhem) de opgave terug naar ooghoogte — letterlijk. Want het grote probleem is niet alleen dat we te weinig ruimte hebben, maar dat we zijn opgehouden met het goed ontwerpen van wat die ruimte inneemt.

Met een indrukwekkend archief aan Arnhemse fotografie liet hij zien hoe anders het ooit was. De schoorstenen van de stoombrouwerij, de gashouder achter het Roermonsplein, de fabriek in de Spijkerbuurt — energie was overal aanwezig, letterlijk zichtbaar, soms gevaarlijk, maar altijd van ons. Mensen hadden er een relatie mee. Ze laadden de steenkool zelf uit. Ze kenden de fabriek om de hoek.

Na de aansluiting op het nationale gasnet in de jaren zestig verdween dat. De herkomst van energie schoof over de horizon. Dat was een bevrijding én een vervreemding tegelijk.

Arno vertaalde dit naar een fundamenteler inzicht, via filosoof Albert Borgmann: het verschil tussen een thing en een device. Een kachel is een thing — je begrijpt hoe het werkt, je hebt er een relatie mee, je zit er omheen. Een warmtepomp is een device — een dispenser van comfort, onzichtbaar, onbegrijpelijk, solely a means to an end. En wat mensen niet begrijpen, accepteren ze niet. Dat is de kern van de weerstand die we overal zien.

De oude elektriciteitscentrale aan de Westervoortsedijk, het hoofdverdeelstation naast het stadskantoor, de gasmotor die met trots de lucht in werd getakeld bij de eerste gasdemonstratie — het waren gebouwen die iets uitstraalden. Ze zeiden: hier gebeurt iets belangrijks. Ze nodigden mensen uit om zich ermee te verbinden. Nu zijn het containers met een sticker dat ze gevaarlijk zijn.

Dat hoeft niet zo. Vanaf 1 januari 2025 biedt de nieuwe Energiewet ruimte voor energiecoöperaties, voor gemeenschappen die eigenaarschap nemen over hun eigen infrastructuur. En eigenaarschap vraagt om vorm. Niet de schuin-van-boven-gefotografeerde buurtbatterij met uitlegdisplay, maar iets wat mensen begrijpen, wat ze misschien zelf mee hebben bedacht, wat op die plek waarde toevoegt aan de openbare ruimte.

Designing is not solutioning. En dat is precies het verschil.


De zaal spreekt

De avond gaf ruimte voor een levendige discussie. Kan het net niet gewoon slimmer worden gebruikt, in plaats van uitgebreid? (Ja, maar de hoeveelheid energie die we moeten transporteren verandert fundamenteel van karakter.) Moeten substations echt op maaiveld? (Veiligheidsregels zeggen nu van wel, maar dat is een uitnodiging om opnieuw te ontwerpen.) Kernenergie dan? (Duur, traag en kwetsbaar, vond de zaal — en zon en wind zijn inmiddels zo goedkoop dat de IPCC de daling niet eens bijhoudt.) En zeldzame aardmetalen? (Niet zeldzaam, wel ongelijk verdeeld — het zijn er maar een paar landen, en die zijn instabiel.)

Maar de mooiste opmerking van de avond was misschien wel de meest nuchterste: de échte energietransitie zit in het besparen. En daarvoor heb je geen kernreactor nodig, geen batterijcontainers, geen hoogspanningslijn. Daarvoor heb je goede stedenbouw nodig. Kortere afstanden. Gemengde wijken. Passieve woningen. Bomen op de juiste plek.

Dat is ook architectuur.


Tot slot

Huisdichter Jesse Laport sloot de avond af met een gedicht over draadloze wereld die vol draden blijkt te zitten, over dataspaarders en trafokasten, over masten en dijken en de mensen die er altijd zijn om na te denken. Er zijn mensen op de aarde en daarin zit de waarde.

Dat klonk als een samenvatting van de hele avond.


CASA — Culturele en Architectonische Salon Arnhem Volgende meet-up: 16 juni | Space Maze — sociale media en het stedelijke weefsel

Hoofdspreker Laura de Bonth 
Laura de Bonth is afgestudeerd aan de TU Delft en sinds 2007 partner en stedenbouwkundige bij Urban Synergy. Vanuit dit Rotterdamse bureau wordt gewerkt aan de integrale ontwerpopgaven en de enorme ruimteclaim van de energietransitie. Het werkveld varieert van strategisch onderzoek tot concrete realisatie. Zo verkenden zij in het project de ‘Balanswijk’ een radicaal scenario: een wijk die volledig in balans functioneert doordat energie lokaal wordt opgewekt, gedeeld en opgeslagen. Andere voorbeelden zijn ontwerpend onderzoek naar de warmtetransitie in bestaande wijken en decentrale energiesystemen in de regio. Het bureau maakt daarin de vertaalslag van techniek en getallen naar de ruimtelijke opgave in kaart, profiel en plek. Zo wordt zichtbaar wat de wisselwerking is tussen energie en ruimte. Tegelijkertijd werkt Urban Synergy ook aan concrete inpassingsopgave van energie-infrastructuur, zoals transformatorstation Nijmegen Oosterhout. Deze inzichten worden vertaald naar de praktijk door het ontwikkelen van direct toepasbare handreikingen, zoals de Gelderse Gebiedsgids voor Zonnevelden, richtlijnen voor de inpassing van elektriciteitsstations in Friesland en de integratie van batterijen in het landschap van Flevoland. De belangrijkste doelstellingen van het bureau is om de opgave niet alleen inzichtelijk te maken maar de enorme versnellingsopgave van onze energie-infrastructuur te koppelen aan het creëren van ruimtelijke kwaliteit en andere gebiedsopgaven.

CASA-Jaarthema (2)026: A Space Odyssey 
Onder het motto (2)026 Space Odyssey reizen we in 2026 met CASA door tijd en ruimte om de impact van de veelal ‘onzichtbare’ technologische wereld om ons heen – de digitale revolutie en die van AI in het bijzonder – op onze fysieke leefomgeving en het ruimtelijk ontwerp daarvan te verkennen. Concreet organiseren we een caleidoscopisch programma voor diverse doelgroepen dat bestaat uit drie lijnen: inhoudelijk verdiepende meet-ups waarin we de (verwachte) ontwikkelingen en hun impact in kaart brengen, een SF-filmreeks in samenwerking met Focus Filmtheater en workshops waarin we met studenten de stad van toekomst zichtbaar maken. Arnhem (026), van nu en in de nabije toekomst, vormt hierbij de casus; want de toekomst manifesteert zich immers al in het hier en nu.

Datum
dinsdag 12 mei
Aanvang
20.00 uur, zaal open vanaf 19.30 uur
Locatie
NiCo, Coehoornstraat 17 (nabij Arnhem CS)
Entree
€7,50. Studenten, Gelrepashouders, Vrienden van CASA en leden van de CASA-sociëteit gratis
Aanmelden
rsvp@casa-arnhem.nl