Op donderdag 13 november presenteerde CASA, in het kader van het landelijk Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp, drie inspirerende ontwerp-onderzoeken over de vraag hoe natuur, landbouw en wonen elkaar kunnen versterken. Een inspirerende avond over geologie, ecologie en economie, waarin het belang van Ontwerpend Onderzoek onder grote publieke belangstelling het podium kreeg!
Foto’s | Rachelle Stoffels Fotografie
Oost-Nederland roept bij velen een relaxed, romantisch beeld op met groen als gemene deler. Maar dat groen staat onder druk. Natuur en landbouw zijn van elkaar afhankelijk en tegelijkertijd elkaars concurrent. Zij krijgen op hun beurt weer concurrentie van de woningbouwopgave. Zeker nu er vanwege klimaatverandering – of beter klimaatcrisis – steeds nadrukkelijker wordt gekeken naar het oosten met zijn hoger gelegen gronden. Op de kaart van Nederland in het jaar 2120, die onderzoekers van de WUR in 2020 als wervend natuurlijk toekomstbeeld publiceerden, staan hier de New Towns al ingetekend. In het kader van ARO Oost, waarin recent ontwerpend onderzoek centraal staat, richtte CASA zich op de vraag hoe natuur, landbouw en wonen elkaar juist kunnen versterken.
Dat deden we aan de hand van een drietal inspirerende, recente onderzoeken. Als basis verkondigde Peter Hermens (Werkend Landschap) het Aardkundig Fundamentalisme, waarin onze omgang met het landschap fundamenteel wordt bevraagd. De Achterhoek vormt hierbij de casus. Vervolgens toonde Zeger Dalenberg (Studio Audal) hoe landbouw en biodiversiteit met elkaar kunnen worden verweven in het tussen Arnhem en Nijmegen gelegen Park Lingezegen. Tot slot presenteerde Tom Meijer (De Natuurverdubbelaars) aan de hand van de Handreiking Nieuwe Natuur en Klein Wonen de kansen voor meer wonen én groen. Daarna gingen we met de sprekers, stakeholders en het publiek in gesprek. Hoe kunnen we bouwen aan een nieuwe habitat voor mens, dier en plant?! Zie hieronder het verslag door Willem Claassen.
Naar een Nieuwe Habitat – Terugblik
Door Willem Claassen
Hoe kunnen natuur, landbouw en wonen elkaar versterken? Of anders gezegd: hoe kunnen we bouwen aan een nieuwe habitat voor mens, dier en plant? Op 13 november 2025 presenteerde CASA, in het kader van het landelijk Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp, drie inspirerende ontwerp-onderzoeken over deze thematiek. In NiCo verkondigde Peter Hermens het aardkundig fundamentalisme, toonde Zeger Dalenberg hoe landbouw en biodiversiteit verweven kunnen worden in Park Lingezegen, en hield Tom Meijer een presentatie over Nieuwe Natuur en Klein Wonen.
Aardkundig fundamentalisme
‘Ik hoop dat jullie klaar zijn om bekeerd te worden’, zei landschapsarchitect Peter Hermens (Werkend Landschap) aan het begin van zijn lezing. Hij vertelde dat hij in zijn werk historische geologie steeds meer is gaan koppelen aan projecten. Zo ontstond het idee voor het aardkundig fundamentalisme, een fictieve religie die leidt tot een nieuw toekomstperspectief. ‘We gebruiken landschappen uit het verleden als inspiratiebron voor toekomstige landschappen.’
Als winnaar van de Eo Weijerscompetitie kon Werkend Landschap in samenwerking met Neder/land/schap met het aardkundig fundamentalisme onderzoek doen in de Achterhoek. In die regio zag Hermens dat landbouw en wonen niet in balans zijn. De kenmerken van het landschap worden volgens hem niet meer gebruikt voor de inrichting. ‘We zijn niet ontheemd, we voelen ons thuis, maar we zijn wel ontaard.’
Zeven stappen en vergezichten
In zeven stappen en vergezichten kunnen we naar een Achterhoek waar we graag willen wonen, legde Hermens uit.
– Stap 1 gaat om het erkennen van het aardkundig fundament. ‘We moeten snappen hoe het aardkundig systeem werkt en dit erkennen’.
– Stap 2 richt zich op het regenwatersysteem. ‘Van oudsher bestaat het landschap uit communicerende vaten van water. Tegenwoordig is het gericht op snelle afvoer en is het water vuil. We willen naar water dat weer wordt vastgehouden en wat drinkbaar is.’
– Stap 3 betreft de natuur. Lang was natuur leidend in het gebruik van het landschap, maar tegenwoordig is het volledig naar de hand gezet door de mens. ‘We hebben nu Europese regels nodig om de natuur te beschermen. Maar wij zeggen: maak de aarde het wetgevende orgaan, de natuur spreekt recht en de mens is de uitvoerende macht.’
– Stap 4 draait om identiteit. Oude landschapsgrenzen zorgen voor houvast. ‘Je voelt je onderdeel van de Achterhoek of van een buurtschap, maar niet van een gemeente.’ Hermens is van mening dat de gemeenten opgeheven moet worden en er toegewerkt moet worden naar één Achterhoek. ‘Met aandacht voor de buurtschappen.’
– Stap 5 focust op landbouw. In tegenstelling tot het verleden heeft de landbouwproductie geen connectie met hoe het landschap in elkaar zit. ‘Voor de toekomst zien we een landschap voor ons die voedingstoffen terugbrengt in het systeem.’
– Stap 6 gaat over de infrastructuur. Vroeger werden wegen aangelegd waar mensen zich hadden gevestigd, nu is dat andersom. ‘Dat is de wereld op z’n kop. We moeten ophouden met doorgaande wegen. Dit prachtige cultuurlandschap verdient meer te zijn dan een doorhaven van Rotterdam naar Duitsland.’
– Stap 7 betreft wonen. Voorheen was wonen gebonden aan bodem- en watersystemen. Dat is helemaal niet meer het geval. Hermens pleitte voor inbreiding en nieuwe plekken, waarbij het wonen meer gebonden is aan het aardkundig fundament.
Het ontwerp-onderzoek leidde tot ruimtelijk perspectief bij beleidsmakers, vertelde Hermens aan het einde van zijn lezing. ‘De Achterhoek heeft het lef om het op de regionale agenda te zetten.’
Ook succesvol op andere plekken
In het nagesprek, geleid door CASA-directeur Ton Schulte, gaf Hermens aan dat de insteek van het aardkundig fundamentalisme niet alleen werkt in de Achterhoek, maar ook met succes is toegepast in Drenthe, Groningen en Friesland. Op andere plekken in Nederland en Europa zou dit eveneens mogelijk zijn. ‘Al zullen sommige plekken te groot zijn, dan zit er wel nuance in.’
Renée Koning, directeur van Gelders Genootschap, reageerde enthousiast op de lezing. ‘Ik ben helemaal bekeerd’, zei ze. ‘Dit is het nieuwe denken. Het biedt een structuurvisie voor alle gemeenten.’ Het genootschap richt zich op de bevordering van de schoonheid van stad en land. ‘Als we niet veranderen, vernietigen we ons leven. Het is superurgent. We moeten ermee aan de slag.’
Toekomstvisie met concrete voorstellen
De tweede lezing van de avond kwam van landschapsarchitect Zeger Dalenberg (Studio Audal). Hij experimenteert met natuur-inclusieve en ecologische ontwerpen. ‘We pakken het steeds groter op, van tuinen naar landschappen’, vertelde hij. ‘We proberen tot nieuwe cirkels te komen, waardoor een positieve spiraal ontstaat.’ Met Studio Audal maakt hij toekomstvisies concreet met ruimtelijke voorstellen. ‘We verbeteren het plangebied met bijvoorbeeld een beplantingsplan en het toevoegen van ruimtelijke elementen. Monitoring is daarbij belangrijk.’
Vanuit het Young Innovators-programma van het College van Rijksadviseurs is Dalenberg aan de slag gegaan met Park Lingezegen. Dit uitloopgebied tussen Arnhem en Nijmegen bestaat uit drie delen: noord, midden en zuid. ‘We kregen de vraag: hoe kunnen we het middengebied aantrekkelijk maken voor de mens? Onze wedervraag was: welke taal krijgt de natuur tegenover de recreërende mens en de agrariër?’ Het middengebied is nu voornamelijk agrarisch, maar zou in de toekomst meer ruimte moeten bieden voor recreatie en natuur, en ook als schakel tussen noord en zuid.
Een ecologische en natuur-inclusieve strategie
Dalenberg vertelde dat er is ingezet op twee strategieën: een ecologische en een natuur-inclusieve strategie. Voor de ecologische strategie voor het gebied zijn negen gidssoorten aangewezen, waaronder de kamsalamander en de sleedoornpage. ‘Deze gidssoorten geven een indicatie dat de natuur het goed doet. Met een interactieve tool krijg je per gidssoort handvatten om met het ontwerp aan de slag te gaan. Je ziet de bestaande situatie en je ziet waarmee je verder kan.’ Door per gidssoort voor beplanting en landschappelijke elementen te zorgen, krijg je een laag en als je alle lagen van de soorten over elkaar legt, ontstaat een natuur-inclusief tapijt.
De natuur-inclusieve strategie richtte zich op de agrariërs in het middengebied van Lingezegen. Er is geïnventariseerd wat deze 140 agrariërs al doen aan natuur-inclusieve landbouw. Ook zijn er veel gesprekken met ze gevoerd aan de keukentafel, over wat er is en wat er kan. ‘Vaak gaat het dan ook over geld.’ Maar het leverde ook nieuwe inzichten op. Veel agrariërs hebben een geer, een perceel land dat smaller toeloopt naar een punt. Die kunnen ze niet goed gebruiken en zouden ze willen inzetten voor natuur-inclusief boeren. ‘Door bijvoorbeeld een natuurvriendelijke poel aan te leggen, kun je gidssoorten faciliteren.’
Vragen om een duwtje
In het nagesprek van de lezing stelde Schulte vragen aan Janet Holland, strategisch adviseur doorontwikkeling van Park Lingezegen. Zij gaf aan dat de weerstand van agrariërs in het begin van het project grotendeels verdwenen is en er meer samenwerking is. ‘Ze vragen om een duwtje waardoor ze faciliterend kunnen zijn.’ Dalenberg voegde daaraan toe: ‘Bij het woord biodiversiteit schieten ze naar achter, maar als je het hebt over het verstevigen van het landschap, dan willen ze daaraan meewerken.’
Nieuwe Natuur en Klein Wonen
‘De mens is ook een diersoort’, zo opende Tom Meijer (De Natuurverdubbelaars) de laatste lezing. Hij vertelde over het concept Nieuwe Natuur en Klein Wonen, waarvan in juni een handreiking is verschenen in opdracht van het ministerie van VRO. De kern hiervan is het creëren van nieuwe natuur op landbouwgrond, met de toevoeging van kleinschalig wonen. Dit is zonder winstoogmerk. Er zijn al tientallen initiatieven van start gegaan. ‘We willen het denken oprekken door te inspireren.’
De urgentie in het landelijk gebied is helder, gaf Meijer aan. De natuur verkeert in een slechte staat. De landbouwtransitie is onderweg, maar moet nog op stoom komen. ‘In het concept gaat het om passende initiatieven op passende plekken. Waar wil je naartoe en wat is er. We kijken naar bodemtypen en hebben variabelen opgesteld. Dan gaat het er bijvoorbeeld om of een plan gekoppeld is aan een erf of niet, en hoever de afstand is met de bebouwde kom. Die variabelen reageren op elkaar.’
Haalbaar door permanent wonen
Meijer zette drie archetypen van initiatiefnemers uiteen: de do-it-yourselfer (een boer die het erbij doet), de collectieve coöperatie (mensen die samen willen wonen voor de grond willen zorgen) en de ontwikkelaar (een partij die gaat voor grootschalige projecten zonder winstoogmerk). Hij vertelde dat er een rekentool was gecreëerd. ‘Daaruit blijkt dat permanent wonen makkelijker door te rekenen is dan tijdelijk wonen. Met twee à drie woningen per hectare kan dit soort initiatieven betekenisvol worden. Bij meer woningen gaat de landschapswaarde er af.’
Voor de handreiking zijn ter inspiratie twaalf inrichtingsconcepten opgesteld. Een daarvan is klein wonen bij een boer in community-vorm. ‘Dat kan op een zandlandschap. Het is leven in een klein dorp met een nieuw bos. Dit valt rond te rekenen, ook in de buurt van de sociale huurgrens.’ Twee andere conceptvoorbeelden die Meijer uitlichtte waren de groenblauwe dooradering, geschikt langs een natura2000-gebied, en het Back to the Future moerasbos, passend in veengebieden.
Door beleid en regelgeving is het niet makkelijk voor dit soort initiatieven, gaf Meijer aan. ‘Vaak loopt het vast omdat verschillende afdelingen van een gemeente akkoord moeten geven. Het zou beter zijn als een gemeente dit samen bundelt en kijkt naar het zoekgebied wat wel kan. Daarvoor zijn ambtenaren met lef nodig.’ Hij sloot af met twee belangrijke conclusies: ‘Een initiatief moet aansluiten bij de aard en de urgentie van een gebied, en voor een business case is permanente bewoning een pré.’
Doortrekken naar de stadsrand?
Erik Opdam van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen noemde Nieuwe Natuur en Klein Wonen in het nagesprek inspirerend. Kijkend vanuit de stad naar dit concept zag hij vooral iets in de groenblauwe dooradering. ‘Het kan iets zijn voor de hogere gronden, zoals in Arnhem-Noord, Nijmegen-Zuidwest en Mook en Middelaar.’ Alleen maakt het kleine aantal woningen het lastig, omdat de regio een opgave heeft van 33.000 nieuwe woningen. ‘Het zou mooi zijn als je het kunt doortrekken naar de stadsrand of zelfs tot in de stad. Kleine aantallen tellen op en elke schakel die je aanlegt betekent iets voor de biodiversiteit. Misschien is het ook op te schalen met meer biobased materialen.’
‘Toen ik voor het eerst van dit onderzoek hoorde, dacht ik: nee, niet doen’, vertelde de Arnhemse wethouder Cathelijne Bouwkamp. ‘Maar nu zie ik wel wat het kan brengen.’ Toch blijft ze kritisch. ‘Ik zou het niet aan de stadsranden doen, dan is er nergens groen meer. De stad rukt al op. Daarom hebben we de uitloopgebieden nodig.’ Bouwkamp is wel zeer te spreken over de lezingen, liet ze weten. ‘Het zoveel leuker dan onderzoeken op papier. Je moet het proces doorleven.’
Tot slot sprak Schulte nog met Adrian Noortman van Hogeschool Van Hall Larenstein. Hij zei dat de thematiek van natuur, landbouw en wonen leeft onder zijn ontwerp-studenten. ‘We geven ze er ook opdrachten over. Dan gaat het om plannen en problematiek uit de praktijk.’ De studenten deden onder meer onderzoek in Zwolle en in de Zuidplaspolder. ‘De vraag is dan: hoe gaan we wonen verenigen in het landschap.’ Enkele studenten waren aanwezig in de zaal. Wellicht staan zij een volgende keer op het podium met hun ideeën, opperde Schulte.
Over het programma
Dit programma was onderdeel van het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp, een samenwerkingsverband van de Rijksoverheid, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Stichting CoLA en Platform Ontwerp NL, waarin ruimtelijk ontwerp lokaal in gesprek wordt gebracht. De architectuurcentra in Gelderland en Overijssel – Bouwhuis (Apeldoorn), CASA (Arnhem), Rondeel (Deventer), Architectuurcentrum Twente (Enschede), ACN (Nijmegen) en ZAP (Zwolle) organiseren in dat kader een programmareeks uitgaande van de groene kernkwaliteit van de regio Oost met ‘water en bodem sturend’ als onderlegger en de woningopgave als uitdaging van nu en de nabije toekomst. Hoe kunnen we deze uitdaging een plek geven en tegelijk de groene kernkwaliteit van de regio borgen?
Dit programma is onderdeel van het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp, een samenwerkingsverband van de Rijksoverheid, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Stichting CoLA en Platform Ontwerp NL, waarin ruimtelijk ontwerp lokaal in gesprek wordt gebracht. De architectuurcentra in Gelderland en Overijssel – Bouwhuis (Apeldoorn), CASA (Arnhem), Rondeel (Deventer), Architectuurcentrum Twente (Enschede), ACN (Nijmegen) en ZAP (Zwolle) organiseren in dat kader een programmareeks uitgaande van de groene kernkwaliteit van de regio Oost met ‘water en bodem sturend’ als onderlegger en de woningopgave als uitdaging van nu en de nabije toekomst. Hoe kunnen we deze uitdaging een plek geven en tegelijk de groene kernkwaliteit van de regio borgen?
Beeld | Kelly Hartholt
Logo ARO | Accu grafisch ontwerpers




















