De oneindigheid voorbij en weer terug. Onder het motto (2)026: A Space Odyssey reizen we met CASA in 2026 door tijd en ruimte om de impact van de ‘onzichtbare’ technologische wereld om ons heen – de digitale revolutie en die van AI in het bijzonder – op onze fysieke leefomgeving en het ruimtelijk ontwerp daarvan te verkennen. Onder buitengewoon ruime publieke belangstelling lanceerde CASA op 22 januari het nieuwe architectuurjaar in het Rembrandt Theater. Lara Schrijver, hoogleraar architectuurtheorie aan de Universiteit Antwerpen én sciencefiction-fan, gaf een inspirerende inleiding op het jaarthema, waarin zij liet zien hoe architectuur en Sciencefiction elkaar kunnen versterken. Wie nog geen SF-fan was is het zeker geworden! Aansluitend presenteerden architect Johan Anrys (51N4E) en Mendel Robbers, creative director van Schipper Bosch, de toekomstvisie voor het Rembrandt-theater, Arnhems eigen Space Age-icoon. En onze huisdichter Jesse Laport gaf een bevlogen slotwoord! Kortom: het was een historische avond over de toekomst! Bekijk hieronder de voordracht van Jesse Laport, het AI-verslag en de foto’s van deze avond.
Tekst gaat verder onder video.
Geheel in de geest van het jaarthema hebben we AI een verslag laten schrijven over dit event.
🚀 Architectuur, technologie en sciencefiction: een reis door tijd en ruimte
In het iconische Rembrandt Theater in Arnhem opent CASA het architectuurjaar 2026 onder het thema “2026: A Space Odyssey”. Aanleiding: de blijvende actualiteit van sciencefictionklassiekers als 2001: A Space Odyssey en de vraag wat technologie, AI en ruimteclaims betekenen voor onze manier van samenleven – en bouwen.
CASA-directeur Ton Schulte schetst hoe we opnieuw in een Space Age leven: omringd door technologie, data en AI, terwijl de aarde onder druk staat. Architectuur mag dan een trage kunst zijn, ze is altijd diep verweven geweest met technologie. Van BIM tot datacenters, van digitale netwerken tot sciencefictionfilms: al deze ontwikkelingen beïnvloeden onze fysieke leefomgeving. Zegen, vloek, of allebei? Dat is de centrale vraag van het jaarprogramma.
Het programma ontvouwt zich langs drie lijnen: heden, verleden en toekomst.
- In meet-ups wordt ingezoomd op actuele thema’s als AI in architectuur en de verborgen infrastructuur van technologie.
- In samenwerking met Focus Filmtheater draait een sciencefictionfilmreeks die de toekomst vanuit het verleden weerspiegelt.
- Studenten van Arnhemse ontwerpopleidingen verkennen speculatieve toekomsten, van maanbases tot toekomstig Arnhem.
Daarna neemt Lara Schrijver, hoogleraar architectuurtheorie en overtuigd sci-fi-fan, het publiek mee in een wervelende lezing. Ze laat zien hoe sciencefiction en architectuur elkaars spiegel zijn: sci-fi vraagt “wat als?”, architectuur vraagt “hoe kunnen we?”. Samen maken ze toekomsten voorstelbaar – inclusief hun morele, sociale en ecologische consequenties.
Aan de hand van films als Metropolis, Blade Runner, The Matrix, Snowpiercer en Silent Running toont ze hoe thema’s als verstedelijking, technologie, klimaat en macht steeds terugkeren. Deze verhalen waarschuwen, bevragen en verbeelden mogelijke werelden – vaak donker, soms hoopvol, altijd prikkelend.
Schrijver verbindt deze ficties aan architectonische experimenten: van vliegende steden en radicale woningconcepten tot biobased bouwen met schimmels, zijderupsen en levende ecosystemen. Architectuur blijkt net zo speculatief als sciencefiction, maar dan met “boots on the ground”.
Belangrijk is ook wie de verhalen vertelt. Lange tijd was sci-fi een technologisch jongensfeestje. Nieuwe stemmen – zoals Ursula K. Le Guin, Octavia Butler, N.K. Jemisin en Margaret Atwood – brengen andere perspectieven binnen: inclusiever, empathischer, kritischer. Meer verhalen betekent meer mogelijke toekomsten.
De kernboodschap: sciencefiction helpt ons nadenken over waar we heen willen – en waar juist niet. In een tijd van klimaatcrisis, technologische versnelling en maatschappelijke onrust hebben we die verbeeldingskracht hard nodig. Niet om te vluchten, maar om bewuster vorm te geven aan de wereld van morgen.
In de bijdrage van Creative Director Mendel Robbers van Schipper Bosch werd een persoonlijke en inhoudelijke lijn getrokken van 2001 tot nu, van Eindhoven naar Arnhem, van kunst en verbeelding naar ruimtelijke ontwikkeling en moraal. De spreker reflecteert op hoe beelden, kunst en denkkracht (zoals het werk van Lara, Archigram, 2001: A Space Odyssey en Walter Benjamins Angelus Novus) een generatie hebben gevormd. Die verbeelding wordt gekoppeld aan een actuele zorg: bouwen we vandaag een land zonder verhaal, zonder identiteit, gedreven door efficiëntie, deals en cijfers?Nieuw moralisme in de ruimte
Er klinkt een duidelijke oproep voor een nieuw moralisme in ruimtelijke ontwikkeling, waarbij niet alleen gestuurd wordt op aantallen, verdichting en kostenbesparing, maar op verhaal en betekenis van plekken, empathie en creativiteit en werken met het bestaande in plaats van het weg te duwen.
Robbers noemt als inspiratiebronnen onder meer Jane Jacobs en Lidewij Edelkoort: steden hebben meer nodig dan slimme modellen en IT-efficiëntie — ze hebben cultuur, menselijke maat en verbeelding nodig.
Robbers laat zien hoe Schipper Bosch in projecten als Klingelbeek, De Nieuwe Stad in Amersfoort en Cleantech Park Arnhem consequent kiest voor hergebruik en transformatie, samenwerking met ontwerpers in dialoog en het laten ontstaan van identiteit tijdens het proces. Zo is Cleantech Park Arnhem geen generiek bedrijventerrein, maar een campus waar technologie, creativiteit, onderwijs en ondernemerschap samenkomen. Juist het creatieve gehalte blijkt cruciaal voor het succes.
Het succes van Cleantech Park Arnhem roept de vraag op waarom dit allemaal aan de rand van de stad gebeurt – en niet in het hart van Arnhem? Daar komt het Rembrandtgebouw in beeld: geen vastgoedproject, maar een gedachteoefening. Het Rembrandtgebouw wordt door Schipper Bosch niet gezien als een klassiek herontwikkelproject, maar als een verbindingsplek voor de stad,een centrum voor de creatieve industrie van Arnhem en een plek voor debat, lezingen, exposities, ontmoeting en verbeelding. In reactie op eerdere plannen uit 2023 benadrukte Robbers het belang van een benadering die recht doet aan de architectuur, de culturele geschiedenis en de emotionele waarde van het gebouw voor Arnhem, boven een inrichting die vooral was gericht op woningbouw met een bescheiden maatschappelijke plint. Een belangrijk punt dat hij verder maakt is dat creatieve industrie geen bijzaak is. Het gaat niet om “een paar ateliers”, maar om een serieuze economische motor. Tegelijk worstelt Arnhem met het vertrek van talent na de opleiding, gebrek aan woon- en werkplekken voor starters en creatives en initiatieven zonder duidelijk adres. Rembrandt zou die functies kunnen bundelen en zichtbaar maken.Samenwerking met 51N4E: transformatie als proces
Architectenbureau 51N4E (Brussel) sluit hier naadloos op aan. Architect Johan Anrys legt uit waarom Schipper Bosch voor hun gekozen heeft voor Rembrandt aan de hand van de filosofie van het bureau niet. Belangrijk hierbij zijn niet slopen, maar aanpassen, architectuur als middel, niet als doel en het werken vanuit verhalen, gebruik en collectief proces. Anrys laat aan de hand van Brusselse voorbeelden (o.a. WTC-torens, Circularium, hergebruik van iconische gebouwen) zien hoe zij werken met tijdelijke programmering, activatie vóór het masterplan en hybride functies en hoe dit leidt tot levendige, duurzame plekken.Voor Rembrandt betekent dit dat de zaal wordt behouden als zaal, waarbij de de foyer wordt verplaatst om het gebouw opener en actiever te maken. Er komen meerdere entrees zodat het gebouw communiceert met de stad. Aan de voorkant worden dagelijkse functies gesitueerd (werken, exposities, etalages), aan de achterkant komt een nieuw foyerplein. Het panoramadek aan de voorkant wordt uitgebreid en krijgt een buitenruimte. Aan de achterkant komt een toren bedoeld voor verschillende verblijfsvormen (short stay, atelierwoningen) als
Belangrijk voor de aanpak is dat het gebouw kan incrementeel worden aangepakt. Het hoeft niet jaren leeg te staan; activatie kan snel starten en meegroeien.
Concluderend wordt Rembrandt dus voorgesteld als een stedelijke katalysator, een plek waar cultuur, economie en ontmoeting samenkomen en als een gebouw dat niet “af” is, maar zich blijft vernieuwen. Geen dichtgetimmerd eindbeeld, maar een uitnodiging tot gesprek, samenwerking en verbeelding. Niet alleen architectuur maken — maar stad maken.
Fotograaf | Masha Bakker
Dit event werd mogelijk gemaakt door Schipper Bosch.


















